Gerard Bouwhuis (1954) is een onvervalste klavierleeuw, maar dan bijna volledig
gericht op het twintigste eeuwse repertoire. Anders dan de meeste pianisten
luisterde hij in zijn jeugd vooral naar popmuziek. Pas op het conservatorium in
Den Haag, waar hij studeerde bij Geoffrey Madge, maakte hij serieus kennis met
de klassieken. Op datzelfde conservatorium kwam hij in direct contact met
componisten. Hij was actief betrokken bij de zogenaamde Mei-concerten waar het
werk van de compositieafdeling uitgevoerd werd. In deze levendige omgeving
ontstond in 1976 het ensemble Hoketus - genoemd naar een gelijknamige compositie
van Louis Andriessen - waar ook Bouwhuis deel van uit ging maken. Hoketus
groeide uit tot een laboratorium voor componisten die op zoek waren naar nieuwe
speelwijzen.
Uit Hoketus vloeide de samenwerking met Cees van Zeeland voort, met wie Gerard
Bouwhuis sinds 1978 het Pianoduo vormt. Het duo, dat nog altijd bestaat, richt
zich op weinig gespeelde stukken, bewerkingen en nieuw repertoire. Zo werden
composities geschreven door Huib Emmer (Point Blank), Diderik Wagenaar
(Stadium), Guus Janssen (Veranderingen), Steve Martland (Drill) en Cornelis de
Bondt (De namen der Goden). Het succes van het Pianoduo schuilt in de perfecte
timing die de twee pianisten sinds hun eerste kennismaking in Hoketus ontwikkeld
hebben.
Timing is ook het belangrijkste thema in de groep LOOS, in 1985 door Peter van
Bergen opgericht. Uitgeschreven akkoorden die spatgelijk moeten klinken gaan
samen met individuele improvisaties. Omdat de musici zo goed op elkaar in zijn
gespeeld kunnen er "grandioze momenten" ontstaan, die je nooit zou kunnen
componeren.
Sinds 1998 vormt Gerard Bouwhuis een duo met de violiste Heleen Hulst, met wie hij alsnog het klassieke repertoire onder handen neemt. Bach, Schumann, Janácek, Sjostakovitsj, Ives, Stravinsky en Antheil staan op het programma. Daarnaast proberen dit duo componisten te interesseren nieuw werk voor deze combinatie te schrijven.
De meest constante factor in de carričre van Gerard Bouwhuis is zijn solospel. Hij trad op als solist bij orkesten en ensembles in werken van o.a. Huib Emmer (Montage), Guus Janssen (Dans van de Malic Matrijzen), Xenakis (Eonta) Kurtág (Dubbelconcert) en Messiaen (Couleurs de la Cité Céleste). Als solopianist genereerde Bouwhuis een lange reeks nieuwe stukken van o.a. Louis Andriessen, Diderik Wagenaar, Robert Zuidam, Peter Jan Wagemans, Cornelis de Bondt en Paul Termos. Als het erop aan komt vindt hij solo optreden het leukste wat er is, omdat je met niemand rekening hoeft te houden. Hoewel hij zo'n 100 concerten per jaar geeft zit Bouwhuis het allerliefst gewoon thuis achter zijn eigen vleugel: "Niets is zo lekker als in je eentje een paar uur studeren."